Henri Weenink : Biografie (als partij-speler)
Blz. 1
Henri Gerard Marie Weenink werd geboren te Amsterdam op 17 oktober 1892. Op
zesjarige leerde hij al schaken op de lagere school van H.J. den Hertog, in die tijd een
bekend Nederlands problemist en auteur van het in 1895 verschenen boek "Het
Schaakprobleem". Naast het spelen van partijen tegen medescholieren en leraren (?)
raakt Weenink ook geboeid door het oplossen van schaakproblemen.

In 1909 deed Weenink eindexamen HBS, met succes en uitmuntende cijfers, vooral voor
de exacte vakken. Hierna volgde twee jaren studie in Latijn en Grieks, in 1911 het
Staatsexamen tot toelating aan de Universiteit en in 1914 werd hij kandidaat in de Wis-
en Natuurkunde. Tijdens zijn studie werd hij lid van de Amsterdame schaakclub Caissa,
wat hem onder zijn studiegenoten een zekere beroemdheid als schaker opleverde.

In 1914 breekt de 1e wereldoorlog uit, met mobilisatie in Nederland. Weenink is ook de
klos, hij wordt in Zeeuws-Vlaanderen gelegerd, wachtend op de vijand, die gelukkig niet
zou komen. Aan vrije tijd geen gebrek, en het schaakspel was voor velen een belangrijke
bron van ontspanning. En niet in het minst voor Weenink, die bij gebrek aan
gelijkwaardige tegenstanders simultaan speelde, les gaf, lezingen hield en problemen
componeerde.

In 1917 werd Weenink lid van het V.A.S. Een betere vereniging en een beter tijdstip had
hij niet kunnen kiezen. Hier vond hij het milieu dat voor zijn verdere ontwikkeling als
schaakspeler zo belangrijk zou blijken te zijn. De toen 16 jarige "A.S.C.-er" Max Euwe
was inmiddels ook lid geworden (Bij A.S.C. had hij nauwelijks tegenstand meer), verder
liepen er sterke spelers rond als Speijer, Marchand, Gans, van Hoorn en Schelfhout en
aan enthousiaste jongeren had men ook geen gebrek. In 1918 mag hij al meespelen in
zowel in de "Zilveren-Dame" als in de Winterwedstrijd. En met, voor velen verrassend
goed resultaat : In de "Zilveren-dame" een 2e plaats, achter Mr. Dr. W. Fick en in de
Winterwedstrijd zelfs een 1e plaats, een half puntje voor Max Euwe. En door deze
resultaten behoorde Weenink in een keer tot de sterkste spelers in Amsterdam.
Als in 1919 Reti zich tijdelijk in Nederland vestigt zijn de Rotterdammers er als de kippen
bij om een achtkamp te organiseren met Reti en zeven sterke Nederlandse spelers.
Weenink werd door de Rotterdammers uitgenodigd om de eer van Amsterdam hoog te
houden. Reti had geen kind aan al die Nederlanders (7 uit 7), de strijd tussen de
Nederlanders onderling was spannender : Loman "won", met 4 uit 7, een half puntje voor
een kwartet bestaande uit Weenink, van Gelder, Koetsheid en te Kolst?. Oskam werd
laatste met slechts een punt. De Amsterdammers (d.w.z. het V.A.S.) konden niet
achterblijven, dus ook een achtkamp in Amsterdam met Reti en de sterkste
Amsterdamse spelers. Na het afhaken van Gans werd het een zevenkamp en toen van
Hoorn zich na drie ronden (en drie nederlagen) ook terugtrok, kreeg hij er van de
toernooileiding drie nullen bij. Reti won ook deze wedstrijd (met 6 uit 7), voor Marchandt
met 5. Weenink werd 5e met 2.5, maar hij smaakte wel het genoegen als eerste Reti een
nederlaag toe te brengen, zij het een reglementaire (tijdsoverschrijding door Reti).